Nic Jonk

« Terug

 

Beeldhouwer/schilder Nic Jonk (1928-1994) staat bekend om zijn plastische beeldhouwwerken met rondingen, die in brons zijn gegoten. Hij behoort met Auke de Vries en Arthur Sproncken tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de naoorlogse Nederlandse beeldhouwkunst.
De Noord Hollandse Schermer is een poldergebied dat onverbrekelijk met de beeldhouwer Nic Jonk verbonden blijft. Daar lagen zijn wortels, leefde hij en opende hij in 1965 een museum en beeldentuin met zijn werk. Een polder omgeven door het bedreigende water lijkt sterk op Jonk zelf in zijn onverzettelijkheid elke weerstand te overwinnen.
Nic was nog jong toen hij zijn vader verloor. Zijn moeder begon een kruidenierszaak in Langedijk om de familie te onderhouden. Als oudste van de kinderen werkte hij dagelijks mee. De bedoeling was dat Nic de winkel later zou overnemen, maar hij wilde weg uit Langedijk om te gaan tekenen. Tot grote schande van de familie vertrok hij na de oorlog naar Amsterdam. Hij leerde eerst het vak van reclametekenaar om zijn brood te kunnen verdienen en vulde de rest van de tijd met (model) tekenen aan de kunstnijverheidsschool. Daar ontdekte hij voor het eerst dat er zoiets als beeldhouwen bestond. Nic Jonk kreeg les van o.a. Piet Esser en Wessel Couzijn. Ook kwam hij in contact met het werk van Henri Laurens en Aristide Maillol, dat zijn belangrijkste voorbeelden werden. Al snel vond hij zijn eigen richting in vloeiende, gladde en abstraherende vormen. Hij wilde zijn eigen gevoel van verbondenheid met de oermens in het werk laten uitkomen en gebruikte mythologische verhalen als kader voor zijn sensuele onderwerpen: de vrouw, liefde en vruchtbaarheid. Een belangrijk element is het water, dat terugkomt in de titels, waterdieren als dolfijnen maar ook in de golvende vormen die zijn werk zo kenmerken. Hij verdiepte zich in bepaalde onderwerpen om de emoties nog beter te kunnen uitdrukken. In vele opzichten was hij een klassiek beeldhouwer uit de 19e eeuwse traditie met een gedegen kennis van bronsgieten.
In 1965 vestigde Nic Jonk zich in Grootschermer. Inmiddels was hij al vijftien jaar getrouwd met Greet Commandeur en vader van een talrijke kinderschaar. Daar kocht hij, ruim boven zijn budget, een fraai stolphuis met veel land er omheen. Zijn plannen waren ambitieus en hij voelde zich vaak schuldig over het feit dat de door hem genomen risico’s de grote familie geregeld op de rand van het faillissement brachten (bijna alle kinderen zouden later in zijn voetstappen volgen).
Hoewel hij ruimschoots voldoende opdrachten kreeg, bleven de aanleg van de beeldentuin en het gieten van de monumentale beelden kostbare zaken. Zijn gezondheid speelde hem vaak parten, iets dat voor een beeldhouwer een enorme handicap is. In de laatste jaren van zijn leven, toen het beeldhouwen hem te zwaar werd, bleek in Nic Jonk ook nog een getalenteerd schilder te schuilen. Zijn ambitie overwon alles.
Na zijn overlijden in 1994 werden zijn reeds lang gekoesterde plannen om het museum en de beeldentuin uit te breiden en te renoveren gerealiseerd. In 1995 werd het nieuwe museum geopend en wordt sindsdien beheerd door zijn zoon Zeger. Ook zijn vrouw Greet en de kinderen exposeren daar permanent hun werk.
Nico Koster.