Joep de Bekker

Terug naar zeefdrukken

Joep de Bekker behoort bepaald niet tot het type schilders dat regelmatig spreekt van grootse ontdekkingen, of van successen die hij in de schilderkunst heeft geboekt. Integendeel. Je kunt hem in de schaduw stellen van uiteenlopende zwoegers als Bonnard, Benner, Giacometti, Morandi, Rothko en dichter bij huis jaap Hillenius, schilders die het onderzoeken van de schilderkunst boven het bereiken van een eindresultaat plaatsen. Schilders die alles van zichzelf eisen en geven, een proces dat niet ophoudt op het moment dat ze de kwasten neerleggen. Schilderen is meer denken dan verf opbrengen. Oplossingen zoeken in het kwasten alleen kan op die manier zelfs als luiheid worden uitgelegd, want het stelt het nadenken over wat je doet uit. Het zetten van een verfstreek is een handeling. Het filosoferen over wat daarmee wel en niet gebeurt kan zoveel langer duren. De uiterst intensieve manier waarop Joep de Bekker met zijn kunstenaarschap omgaat doet denken aan een uitspraak die Giacometti deed toen Ernst Beyeler, een kunsthandelaar uit Basel, een schilderij in zijn atelier zag en de schilder vertelde hoe prachtig hij het vond. Het antwoord van Giacometti was: ‘Wacht maar. Ik ga het nu weer afbreken.’ Ook voor Joep de Bekker geldt dikwijls dat een schilderij pas zijn voltooiing nadert als het in de vele lagen eronder z’n noodzakelijke strijd heeft gestreden en afgronden heeft gezien. Het schildergenot is er ondanks alles, maar het is betrekkelijk. Schilderen is vooral leren wie je als schilder bent.