Iris Slock

« Terug


Iris Slock kwam in 1962 in het Zeeuws-Vlaamse Ossenisse ter wereld maar groeide op in het Brabantse Veldhoven. Ze voelt zich dan ook meer een Brabantse met een Zeeuwse nuchterheid over zich. Ze praat met een Brabantse tongval terwijl ze in bijna alle Nederlandse provincies heeft gewoond. Van grote invloed op haar werk zijn de jaren geweest die ze in Italië woonde. Die zonnige sfeer wil ze graag om zich heen in het grijze Nederland. “Ik hou van vrolijkheid”, zegt ze over haar werk, “er is al genoeg ellende in de wereld, waarom zou ik daar nog iets aan toevoegen”? Met haar werk haalt Iris Slock de zon terug in haar eigen leven en daarmee in het leven van anderen.

Haar grootvader was schilder, haar vader beeldhouwer en haar moeder doceerde textiele werkvormen. Ze groeide op met kunst en haar keuze om zelf te gaan tekenen en schilderen is eigenlijk genetisch bepaald. Maar er moet wel brood op de plank zijn dus ging Iris naar Delft voor een studie handvaardigheidlerares. Lesgeven was niet haar stiel. Ze wilde zelf creëren dus ging ze naar de kunstacademie in Rotterdam en later naar Groningen. “Het lastige was dat ik niet deed wat de docenten wilden. Als ik een schilderij had gemaakt, moest ik van de docent wijzigingen aanbrengen die echter niet van mij waren. Kleur gebruiken was in die tijd not done. Ik ben dan ook niet cum laude geslaagd. Ik ken mensen die met vlag en wimpel slaagden maar na hun diploma in een gat vielen. Er was immers geen docent meer die hen zei wat ze moesten doen. Ik kreeg al vrij vlot opdrachten en ging me te buiten aan kleuren. Ik was vrij”!

Eerlijk
Haar werk kenmerkt zich nog steeds door kleur. De vrolijkheid en de gulle lach die haar eigen is, komen in haar werk ook tot uitdrukking. De zachte pasteltinten zijn een Italiaanse erfenis. Zelfs als een thema serieus is, blijft de humor aanwezig. “Natuurlijk heb ik ook moeilijke momenten maar die hoef ik niet zo zeer te tonen. Mijn werk is niet mijn psychiater alhoewel er natuurlijk wel mijn emoties in zijn verwerkt. Maar ik doe dat liever op een humoristische manier.” Pretenties zijn Iris vreemd. “Ik ben heel aards. Doe maar gewoon. Waar het mij omgaat is de eerlijkheid. Ik zoek de eerlijkheid in mijn werk.” Het zijn vooral de mensen die haar boeien en die dan ook veelvuldig terugkeren in haar werk. “Ik kijk naar mensen. Ik ontleed ze en zet ze opnieuw in elkaar op het doek.”

Levenslust
Zo ontstaan de figuren van Iris als soms kwetsbare, soms vrolijke maar altijd levenslustige mensen. Het zijn figuren waar je van gaat houden. Als ik vraag of ze door andere schilders beïnvloed wordt, denkt ze even na maar blijft een antwoord schuldig. Als ik dan zeg dat haar werk mij soms aan Picasso doet denken, begrijpt ze wat ik bedoel. “Grappig dat je dat zegt. Ik schilder Picasso niet na want dat zou ik niet kunnen en niet willen maar ik bewonder hem wel zeer. Net als Dubuffet trouwens.” Het karikaturale en naïeve van Dubuffet en het lijnenspel van Picasso passen echter bij het vrolijke en zonnige karakter van Iris Slock. Haar levenslust en haar visie op de wereld heeft ze op volkomen eigen wijze in haar werk geïntegreerd en maakt het voor de toeschouwer een feest om naar een expositie van Iris Slock te kijken. Je gaat van haar werk houden en het blijft nog heel lang bij je.